Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
5.15 Het zwijgrecht is in belasting(boete)zaken (en in andere zaken van samenloop van zwijgrecht en meewerkplicht onder sanctie) dus niet zozeer een recht om te zwijgen (verklaringen moeten immers toch afgelegd worden als de vordering van de fiscus het heffings- of invorderingsbelang dient), maar eerder een bewijsuitsluitingsregel. U heeft dan ook geoordeeld (HR 1 juli 1992 met conclusie Verburg, BNB 1992/306 m.nt. P. den Boer) dat bewijsmateriaal dat is verkregen met frustratie of illusoir-making van strafvorderlijke waarborgen, behandeld moet worden als onrechtmatig verkregen bewijs, dat ontoelaatbaar is indien toelating ervan een behoorlijk proces in de weg staat. U zag geen reden, gezien het Schenk-arrest(14) van het EHRM (waarin het EHRM overwoog dat art. 6 EVRM geen regels bevat over de toelaatbaarheid van bewijs als zodanig) om voor wat betreft de bewijsleer onderscheid te maken tussen de vaststelling van de belastingschuld en de beboeting. Voor beide procedures geldt de gebruikelijke vrije bewijsleer. U stelde voor beide procedures de algemene regel dat gebruik door de inspecteur van bewijsmateriaal (slechts dan) niet toegestaan is indien het is verkregen
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 54705 tot 55900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256