Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

5.25 Het Hof heeft in zijn overwegingen 4.10 en 4.11 over de toepasselijkheid van art. 29 (oud) AWR ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen bewijs van de belastingschuld en bewijs van de boetegrond(slag). Zulks kan niet gedekt worden door de overweging, in punt 4.12 slot, dat de belanghebbende weliswaar zijn beroep ook tegen de boete heeft gericht,(22) maar ter zake geen zelfstandige grieven heeft aangevoerd. Het is duidelijk dat de belanghebbende bezwaar had tegen de omkering van de bewijslast. Voor zover het om de boete gaat, is dat een terecht bezwaar. De Inspecteur moet voor beboetingsdoeleinden de enkelvoudige belastingschuld bewijzen, ook al hoeft hij dat - als gevolg van de omkering - niet te doen voor heffingsdoeleinden. Bovendien moet de Inspecteur de opzet dan wel grove schuld van de belanghebbende bewijzen. Het Hof heeft dit miskend. Mijns inziens moet daarom vernietiging en verwijzing volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 72179 tot 73116.