Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

"(...) ik stel mij dan ook op het standpunt dat ik ingaande 22 november (...) reeds in een strafvervolgingsproces ben beland. (...) Het voorgaande impliceert dat (...) u mij op mijn zwijgrecht moest wijzen alvorens ik verdere informatie moet verschaffen. Het door u ingestelde verplichting tot informatieverschaffing is niet terecht en is alleen maar bedoeld om mij onnodig bestraffend toe te treden. Een gecreëerde verplichting dat in strijd komt met de geldende rechtsbeginselen en een doel wenst te realiseren waarvoor het niet kan worden gebruikt. Nu u alle informatie heeft gezien en heeft gekregen, moet worden vastgesteld dat deze informatie niet van belang kan zijn voor mijn belastingheffing. Een beroep doen op het feit dat het wel degelijk van belang kan zijn voor de belastingheffing is slechts logisch geldig doch epistemologisch ongeldig. U doet derhalve op grond van valse gronden een beroep op de wettelijke bevoegdheden. Hoogachtend (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 7611 tot 8582.