Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

"de ambtenaren die bij hem op 22 oktober 1996 een onderzoek instelden, hem bij de aanvang van het onderzoek niet erop hebben gewezen dat zij tijdens dat onderzoek gebruik gingen maken van het strafdossier van belanghebbende en verklaard dat zijn grieven (...) zo moeten worden verstaan. In dat verband heeft hij verklaard dat hij de door de ambtenaren onderzochte bescheiden niet ter inzage zou hebben gegeven indien een mededeling als vorenbedoeld aan belanghebbende zou zijn gedaan. Belanghebbende heeft in de van hem afkomstige stukken en ter zitting meer in het algemeen nog geformuleerd dat bij het op 22 oktober 1996 bij hem ingestelde onderzoek sprake was van een opsporingsonderzoek, dat hem dat niet is medegedeeld, dat in verband daarmee is gehandeld in strijd met artikel 29, leden 1 en 2 Sv, met het EVRM en met het IVBPR en dat de Inspecteur in strijd met algehele (?; PJW) beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld, met name in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 13395 tot 14399.