Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

2.1 De belanghebbende stelt in cassatie twee middelen voor. Hij voert in de eerste plaats aan dat het Hof ten onrechte geen strafvervolging als bedoeld in het EVRM en IVBPR aanwezig heeft geacht en dusdoende blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit middel wordt als volgt toegelicht:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 19202 tot 19515.