Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
4.1 Het opleggen van een verhoging (sinds 1 januari 1998: bestuurlijke boete) op de voet van art. 18, lid 1 (oud) en 21, lid 1 (oud) AWR (sinds 1 januari 1998: artt. 67d en 67e AWR) moet worden aangemerkt als het instellen van een strafvervolging in de zin van art. 6, lid 1, EVRM,(2) zodat voor degene aan wie een dergelijke verhoging wordt opgelegd, de waarborgen van art. 6 EVRM gelden. In de eis van een fair hearing, neergelegd in art. 6, lid 1, EVRM, ligt besloten het recht van een ieder "charged with a criminal offence (...) to remain silent and not to contribute to incriminating himself."(3) Art. 6 waakt tegen afgedwongen zelfbeschuldiging bij strafvervolging, ongeacht of die strafvervolging (in de zin van art. 6 EVRM) ook naar nationaal recht als strafvervolging (of als administratieve maatregel) wordt gekwalificeerd. De vraag is vanaf welk moment de belanghebbende charged is in de zin van die bepaling en dus de bescherming van het zwijgrecht van art. 6 EVRM genoot, wat die ook waard moge zijn (zie § 5 hieronder).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 23339 tot 24387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256