Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

4.2 Een criminal charge in de zin van art. 6 EVRM is niet hetzelfde als een "redelijke verdenking van schuld aan eenig strafbaar feit" in de zin van art. 27 Sv. juncto art. 29, tweede lid, Sv. Art. 29 Sv. knoopt het zwijgrecht van de belanghebbende reeds vast aan de (te objectiveren) status van verdachte en niet pas, zoals art. 6 EVRM, aan de status van beschuldigde (charged). Daardoor zijn de positie van de verdachte in strafvorderlijke zin (voor wie art. 29 Sv. èn art. 6 EVRM gelden) en die van de potentiële fiscale boeteling zoals de belanghebbende (voor wie alleen art. 6 EVRM geldt) uit elkaar gespeeld. Dat blijkt onder meer ook uit een arrest van uw strafkamer van 26 oktober 1993 met conclusie A-G Leijten, NJ 1994, 629, m.nt. C. In die zaak werd een beroep op art. 6 EVRM verworpen (omdat de eigenaresse van de auto op het moment van de vordering bekendmaking bestuurder nog niet charged was), maar werd een beroep op art. 29, eerste lid, Sv. gehonoreerd, omdat zij op het moment van de bekendmakingsvordering al wel verdachte was in de zin van die bepaling. Ook de rechtspositie van de verdachte in een "echte" fiscale strafzaak (vervolging door het O.M.) en die van de belanghebbende in een bestuurlijke boetezaak zijn dus uit elkaar gespeeld. Dat blijkt expliciet uit uw arrest HR 7 september 1988, BNB 1988/298: art. 29, eerste lid, Sv. is volgens u niet van toepassing in fiscale boetezaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 24407 tot 25834.