Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

4.11 Het g.v.o., en kennelijk ook het verhoor, was echter niet zozeer gericht op belanghebbendes eigen onderneming als wel op de criminele organisatie waaraan hij als financieel en fiscaal consigliere diensten verleende (geldwassing en drugstransportfinanciering via wisselkantoortjes en een pizzeria te Q). Strikt genomen voldeed hij dus niet aan de criteria van uw arrest BNB 1998/275 (het strafrechtelijke onderzoek was niet gericht op te weinig aangegeven omzet en winst van zijn onderneming), maar evenmin ging het in zijn geval om een "normaal" boekenonderzoek zoals in uw arrest BNB 1995/25. Het boekenonderzoek bij hem werd immers ingesteld naar aanleiding van het opsporingsonderzoek en het g.v.o. waarin hij als verdachte betrokken was. Redelijkerwijs viel niet te verwachten dat de belanghebbende na zijn aanhouding en verhoor door Fiod-ambtenaren en zijn strafrechtelijke sepot ook administratiefrechtelijk niets meer van de zaak zou horen. Integendeel: hij kon op zijn vingers natellen dat de fiscale "uitloper" van het strafrechtelijke onderzoek in zijn richting gevolgd zou worden; dat de muis een fiscaalrechtelijk staartje zou krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 32389 tot 33555.