Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
4.13 Voor de beoordeling van de (omkering van de bewijslast ter zake van de) enkelvoudige belasting doet dit alles echter niet veel ter zake, omdat - zoals hieronder (5.9 e.v.) zal blijken - strafrechtelijke waarborgen nauwelijks of niet ter zake doen waar het gaat om de wettelijke plicht tot medewerking aan de belastingheffing, en ook niet waar het gaat om een vordering tot productie van bestaande documenten, zelfs niet als dat niet voor heffingsdoeleinden, maar voor strafrechtelijke doeleinden geschiedt, mits het doel van de vordering niet is de verdachte het bewijs te doen produceren van het feit waarvan hij verdacht wordt. Het bovenstaande kan wel van belang zijn voor de beoordeling van (het bewijs voor) de boete-oplegging, voor zover het gaat om vorderingen tot het geven van verklaringen (inlichtingen), hoewel ook op dat punt het belang van het exacte charge moment wellicht gering is (zie 5.24).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 33907 tot 34833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256