Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
5.1 Het recht op vrijwaring van afgedwongen zelfincriminatie ex art. 6 EVRM (hierna ook af te korten tot: zwijgrecht) strekt er toe, net als in het strafprocesrecht (zie art. 29 Sv.), om de potentiële boeteling te behoeden voor ongewilde medewerking aan zijn eigen beboeting. In zoverre wordt hij ontslagen uit zijn verplichtingen ex art. 47 e.v. AWR tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens en aanwijzingen. Aangezien de belanghebbende is gestopt met medewerken toen hij het boekenonderzoek als een opsporingsonderzoek begon te ervaren, is aannemelijk dat hij niet wilde medewerken aan zijn eigen beboeting, alsmede dat indien hem een cautie was gegeven, hij geen enkele medewerking zou hebben verleend. Een cautie hoefde hem overigens niet gegeven te worden. Noch het nationale recht ten tijde van het boekenonderzoek, noch art. 6 EVRM/art. 14 IVBPR voorzagen erin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 34937 tot 35824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256