Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
5.6 Het gaat in onze zaak echter voornamelijk om inzagevorderingen: de fiscus wilde inzage in ontbrekende bank- en giro-afschriften, in kasbescheiden en in stukken betreffende gestelde familieleningen. De belanghebbende heeft niet gesteld dat die bescheiden niet bestonden en dus ook niet dat hij ze niet kon produceren. Er daarom van uitgaande dat zij bestonden, meen ik dat de belanghebbende zich, gezien het Saunders-arrest, niet kon beroepen op art. 6 EVRM ter afwering van de vordering om hen te produceren, zulks al helemaal niet ter zake van de vaststelling van zijn belastingschuld (zie 5.9), maar ook niet ter zake van de boete-oplegging. In elk geval zou - indien de belanghebbende wél had meegewerkt - aldus verkregen bewijsmateriaal volgens het EHRM kennelijk niet ontoelaatbaar zijn geweest in het boeteproces. Het stond de belastingrechter mijns inziens daarom ook vrij om aan het niet-produceren van deze documenten gevolgen te verbinden in de vorm van omkering van de bewijslast, zowel voor de enkelvoudige belasting als voor de boete.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 42313 tot 43379.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256