Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.
De belastingplichtige is dus, zodra hij verdachte is, niet meer verplicht verklaringen af te leggen in een situatie die een 'verhoor' oplevert in de zin van art. 29 Sv. Hij is niet ontslagen van zijn plicht inzage in boeken te verstrekken, omdat een inzagevordering geen verhoor is en er geen onvoorwaardelijk recht bestaat verschoond te blijven van de plicht tot (passieve) medewerking aan de verkrijging van mogelijk bezwarend materiaal (zie onder meer HR 29 oktober 1996, NJ 1997, 232, met conclusie Van Dorst en noot Sch., HR 15 februari 1977 met conclusie Remmelink, NJ 1977, 557 m.nt. G.E.M. en HR 9 oktober 1984, na conclusie Remmelink, NJ 1985, 176(12)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 44000 tot 44676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125 | shasum -a 256