Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2376.

2.1 Onderdeel 1 bevat geen klacht, maar een inleiding. Subonderdeel 1.1 wijst erop dat de rechtbank in rov. 4.4 o.m. heeft geoordeeld dat de man zijn stellingen over het ontstaan van de schulden en de afwikkeling van de verkoop van de Poolse onderneming, tegenover de betwisting daarvan door de vrouw, niet aannemelijk heeft kunnen maken. Tegen deze overweging heeft de man geen grief aangevoerd. Toch draagt deze zelfstandig de beslissing van de rechtbank om de in zoverre door de man aangevoerde schulden niet in aanmerking te nemen. Daarom kon het hof niet, zonder buiten de grenzen van de rechtsstrijd te treden, tot de beslissing komen dat de voornoemde schulden tot een bedrag van f 900,- per maand in aanmerking dienen te worden genomen, aldus nog steeds het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71ce1d8430fead5a42d3740989f0f4b3708215a9958e9378929b2dba02490e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71ce1d8430fead5a42d3740989f0f4b3708215a9958e9378929b2dba02490e64, en de alinea staat in dat document op bytes 11842 tot 12634.