Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2376.

2.5 Met subonderdeel 1.2 stelt de vrouw dat het hof had moeten motiveren waarom het (kennelijk) van oordeel was dat de man wél voldoende heeft aangetoond dat hij de gestelde investeringen daadwerkelijk heeft gedaan en dat de daarmee samenhangende schulden niet uit de opbrengst van onderneming zijn voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71ce1d8430fead5a42d3740989f0f4b3708215a9958e9378929b2dba02490e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71ce1d8430fead5a42d3740989f0f4b3708215a9958e9378929b2dba02490e64, en de alinea staat in dat document op bytes 14683 tot 15004.