Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2435.

"4.4 De tussen de bank en Kuron gesloten stamcessie overeenkomst van 21 mei 1991 legt - voorzover hier van belang en naar het sedert 1 januari 1992 geldende recht - aan Kuron de verplichting op haar toekomstige vorderingen aan de bank te verpanden alsmede om (in beginsel) eenmaal per maand aan de bank schriftelijke opgave te doen van bedoelde vorderingen. Met de rechtbank oordeelt het hof dat een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt deze tweede verplichting te lezen als uitwerking van de eerste en derhalve als een verplichting voor Kuron om maandelijks haar nieuw ontstane vorderingen aan de bank te verpanden. Het hof volgt derhalve niet de stellingname van de curator dat de tweede in de stamcessie-overeenkomst omschreven verplichting een zelfstandige, naast de eerste verplichting bestaande, verplichting inhoudt om 'ook nog aan de Bank cijfermatige informatie (te) verschaffen over zaken als debiteuren'(memorie van grieven onder 33). (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48, en de alinea staat in dat document op bytes 14793 tot 15767.