Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2435.
4.5 Tegen deze achtergrond ligt het voor de hand om aan te nemen dat de faxbrieven met de daarbij behorende bijlagen beschouwd moeten worden - in elk geval: in redelijkheid door de bank beschouwd mochten worden - als uitvoering van de verplichting van Kuron tot maandelijkse verpanding aan de bank van nieuwe vorderingen. De omstandigheid dat in die faxbrieven niet met zoveel woorden tot uitdrukking is gebracht dat aldus werd beoogd tot verpanding over te gaan, legt tegen diezelfde achtergrond onvoldoende gewicht in de schaal. Hetzelfde geldt voor de stelling van de curator dat de bank tot december 1993 nooit tot registratie van faxbrieven is overgegaan, aangezien het te begrijpen valt dat de bank in een periode waarin geen problemen bestonden of te verwachten waren niet of minder consequent zorgdroeg voor registratie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48, en de alinea staat in dat document op bytes 15787 tot 16628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48 | shasum -a 256