Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2435.

Dit strookt met de omstandigheid dat ook van een juiste aanduiding nauwelijks verwacht kan worden dat zij aan de pandhouder duidelijk maakt welke vordering de pandgever daarmee precies op het oog heeft gehad, zolang de pandgever hem niet achteraf aan de hand van zijn administratie de daartoe nodige nadere gegevens verschaft. In een overeenkomst die tot toezending van dergelijke lijsten ter verpanding van de telkens onstane vorderingen op derden verplicht, ligt besloten dat de pandhouder bij voorbaat met een dergelijke wijze van aanduiding heeft ingestemd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48, en de alinea staat in dat document op bytes 27046 tot 27622.