Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2435.

De eerste (motiverings)klacht faalt derhalve. Ten overvloede (het cassatiemiddel bevat op dit punt immers - terecht - geen rechtsklacht) merk ik op dat 's hofs beslissing uiteraard niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Uit de wetsgeschiedenis, de redelijkheid en de eisen van zekerheid van het betalingsverkeer volgt zonder meer dat de stelling dat de verplichting tot het verpanden van vorderingen eindigt bij de opzegging van het krediet, in haar algemeenheid geen steun vindt in het recht. Natuurlijk kan dat bij uitzondering anders zijn, maar dat geldt voor elke rechtsregel.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c130fb094d93f1c73e796f3d11adae7a2cc57f0dab532abc5fad420258ef48, en de alinea staat in dat document op bytes 36376 tot 36984.