Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2438.
3.4 De (stilzwijgende) domiciliekeuze op grond van de art. 133 en 137 Rv. geldt slechts voor de instantie waarin de procureur zijn cliënt te vertegenwoordigen had, zodat deze na cassatie van een eindarrest niet meer als zodanig kan gelden(8). In het arrest van 21 oktober 1994, NJ 1995, 398 m.nt. HJS heeft Uw Raad evenwel beslist dat het hiervoor genoemde karakter van onvoltooide appelinstantie meebrengt dat de woonplaatskeuze van een partij bij haar procureur ook na cassatie en verwijzing van kracht blijft totdat die partij in de voortgezette procedure een nieuwe procureur stelt en een nieuwe woonplaats kiest. Tot dat moment kunnen exploiten als bedoeld in art. 282 Rv. ook na (terug)verwijzing nog op de voet van de art. 133 en 137 Rv. worden uitgebracht aan de door de wederpartij in de appelinstantie voor cassatie gekozen woonplaats ten kantore van haar procureur(9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f, en de alinea staat in dat document op bytes 13061 tot 13955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f | shasum -a 256