Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2438.
3.6 Betekening aan het kantoor van degene die in de appelinstantie voor cassatie is opgetreden als de advocaat is een rechtsgeldige wijze van uitbrenging indien op de voet van art. 1:15 BW uitdrukkelijk domicilie is gekozen ten kantore van die advocaat. In het onderhavige geval is echter gesteld noch gebleken dat de gemeente woonplaats heeft gekozen ten kantore van mr. Delissen. Een daartoe strekkend geschrift ontbreekt, waarbij volledigheidshalve valt op te merken dat een woonplaatskeuze bij de advocaat in de aanhef van een dagvaarding niet voldoet aan de eisen van art. 1:15 BW(10). Dat mr. Delissen kantoor hield op hetzelfde adres als mr. Marres kan daaraan blijkens HR 9 juni 1989, NJ 1990, 107 m.nt. WHH niet afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f, en de alinea staat in dat document op bytes 14551 tot 15295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f | shasum -a 256