Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2438.
3.6 Op een exploit als bedoeld in art. 282 Rv. zijn in elk geval de art. 90, 91 en 96 Rv. van toepassing, zodat een onjuiste betekening in beginsel nietigheid van het exploit tot gevolg heeft. Voor zover dit niet voortvloeit uit het bepaalde in art. 91 Rv., vloeit dit op grond van art. 90 Rv. in elk geval voort uit de aard van het gebrek, nu op dit punt het beginsel van hoor en wederhoor in het geding is. De strekking van betekenisvoorschriften is immers te bevorderen dat de wederpartij een afschrift van het exploit in handen zal krijgen, opdat zij weet wat van haar wordt verlangd en waartegen zij zich dient te verweren(11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f, en de alinea staat in dat document op bytes 15315 tot 15960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4edd3a092cce206c37b32da90ff5fe8354e6d391d12e4b346e32aa2ba588f23f | shasum -a 256