Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2549.
"Indien (...) de president in kort geding moet beslissen op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient de president in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, hetgeen het geval zal kunnen zijn indien het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/452187b298a598c4f48349083631e9a2f982bdc6646b6eab957b3a0a5d989bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 452187b298a598c4f48349083631e9a2f982bdc6646b6eab957b3a0a5d989bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 13518 tot 14336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/452187b298a598c4f48349083631e9a2f982bdc6646b6eab957b3a0a5d989bf7 | shasum -a 256