Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2563.

Ik zou echter menen dat een door de werkgever aan de werknemer toegezonden en door deze laatste niet (tijdig) weersproken schriftelijke vastlegging van een mondelinge wilsuiting van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst in het algemeen voldoende is. Dat geldt zeker in een geval als het onderhavige, waarin niet van een bestaand conflict tussen partijen is gebleken, maar de werknemer een goede reden voor de beëindiging had opgegeven, nl. de wens voor zichzelf te beginnen, hetgeen getuigen hebben bevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe3b9d9151c0d0ae51a5bc12d2eb7349eac0aa6319c7e71bb0fbe96957465ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe3b9d9151c0d0ae51a5bc12d2eb7349eac0aa6319c7e71bb0fbe96957465ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 9302 tot 9844.