Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 139 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2566.

(21).Klaarblijkelijk heeft [verweerster] niet verzocht om toepassing te geven aan de toenmalige tekst van art.60 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ("1. Indien tengevolge van een bijzondere omstandigheid een bezwaar-, verzoek-, beroep- of verzetschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn is ontvangen, kan op verzoek van belanghebbende door de voorzitter van het als rechter fungerende college tot welks rechtsgebied de standplaats van de inspecteur behoort, machtiging worden verleend alsnog binnen een daartoe te stellen termijn zodanig geschrift in te dienen."). Daarbij had [verweerster], bij erkenning van een uitzondering op de formele rechtskracht geen belang. Zie over art. 60 (oud) AWR: J.W. von Knobelsdorff, WFR 1990, 5906, p.362 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6c438d886da91bcf46f4ca5e6bdd785d8ad329a57cc08a1e894b2be03eaec6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6c438d886da91bcf46f4ca5e6bdd785d8ad329a57cc08a1e894b2be03eaec6f, en de alinea staat in dat document op bytes 36949 tot 37721.