Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2733.

b) De vraag is nu, welke rol de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, kunnen spelen bij het handelen van de Ontvanger ten opzichte van hoofdelijk verbonden schuldenaren. De Ontvanger is immers bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zie HR 27 maart 1987, NJ 1987, 727 m.nt. MS; HR 13 januari 1989, NJ 1990, 221; HR 31 januari 1992, NJ 1992, 788 m.nt. MS en HJS; Leidraad Invordering, par. 1 bij de inleidende opmerkingen onder lid 10; J.J. Vetter/ P.J. Wattel, Hoofdzaken Invordering (Deventer 2000), p. 250 e.v. Schending van deze beginselen door de Ontvanger kan tot verschillende sancties leiden, bijv. een schadevergoedingsverplichting op grond van onrechtmatige daad of een gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering resp. niet-ontvankelijkheid in een procedure als de onderhavige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a, en de alinea staat in dat document op bytes 10648 tot 11564.