Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2733.
7) Het voorgaande leidt mij tot de volgende conclusies. Vooropgesteld zij dat het karakter van een hoofdelijke aansprakelijkheid meebrengt dat de Ontvanger in ieder geval de mogelijkheid moet hebben om het gehele verschuldigde bedrag uiteindelijk bij slechts één van de hoofdelijk verbonden schuldenaren te innen. Zijn keuzevrijheid zou ik in deze laatste fase in zoverre beperkt willen achten, dat de keuze voor een bepaalde schuldenaar moet zijn bepaald door het bestaan van ongelijke verhaalsmogelijkheden. Aan de motivering van zijn keuze mogen naar mijn mening echter geen strenge eisen worden gesteld. Immers, met het oog op een snelle en efficiënte invordering kan van de Ontvanger niet worden gevergd dat hij een diepgaand onderzoek instelt naar de mate waarin hoofdelijk verbonden schuldenaars wat de verhaalsmogelijkheden betreft verschillen. Dit klemt temeer nu de beperking van de keuzevrijheid bij de invordering op gespannen voet staat met de aan de hoofdelijkheid in beginsel inherente keuzevrijheid van de schuldeiser en voorts gezien de omstandigheid dat de tot betaling aangesproken schuldenaar in beginsel de mogelijkheid heeft om regres te nemen op zijn mede-schuldenaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a, en de alinea staat in dat document op bytes 16973 tot 18182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a | shasum -a 256