Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2733.

De klachten van de onderdelen B en C worden m.i. tevergeefs voorgesteld. Uit het boven betoogde vloeit voort dat ik meen dat de beslissing van het hof - die er op neer komt dat de Ontvanger in redelijkheid kon besluiten alleen [eiser] te dagvaarden, nu de kennisgeving houdende aansprakelijkstelling van [betrokkene A] als onbestelbaar retour kwam, omdat deze [betrokkene A] niet meer woonachtig bleek op zijn laatste bij de Ontvanger bekende adres; hij bleek naar Spanje te zijn verhuisd (zie hieromtrent noot 2) - niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ed3c3cdc3061a19d6d207cdc64a311647615c4b62f1fde33131388e04fb94a, en de alinea staat in dat document op bytes 19080 tot 19686.