Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2741.

3.3 Uw Raad indiceert dat de uitkomst waartoe het Hof Amsterdam was gekomen onjuist is. Immers ligt voor de hand dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de rechter in een geval als het onderhavige van zijn matigingsbevoegdheid gebruik maakt. Nochtans wordt de mogelijkheid opengelaten dat het verwijzingshof tot dezelfde uitkomst geraakt als waartoe het Hof Amsterdam was gekomen (rov. 4.4 in fine en 4.6 in fine, met name het woordje "eventueel").(1) Duidelijk is dat daarvoor een solide motivering geboden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/073e809df81b88cea61241853c41e931cbb17cc7afda1877f7cde9190b80d9cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 073e809df81b88cea61241853c41e931cbb17cc7afda1877f7cde9190b80d9cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11097 tot 11626.