Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2741.

3.4 Het eerdere arrest van Uw Raad - en daarmee deze zaak - wordt gekenmerkt door de bijzonderheid dat sprake is van een overeenkomst waarin één boetebeding is overeengekomen dat ziet op een mogelijke veelheid van situaties. Hoewel het beding zelf geen onderscheid maakt naargelang de ernst van de situatie - en dus alle gevallen over een kam scheert - ligt een dergelijke benadering niet voor de hand. Men zou kunnen zeggen: partijen kunnen dat niet hebben bedoeld en dus moet het boetebeding niet zo worden uitgelegd. De Hoge Raad heeft deze invalshoek gekozen en de kwestie - omdat de uitleg van het beding door partijen in cassatie niet was aangesneden - gesteld in de sleutel van art. 6:94 lid 1 BW.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/073e809df81b88cea61241853c41e931cbb17cc7afda1877f7cde9190b80d9cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 073e809df81b88cea61241853c41e931cbb17cc7afda1877f7cde9190b80d9cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11646 tot 12368.