Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2742.

2.6 Zeker ook in zaken als de onderhavige mag m.i. worden gevergd dat partijen die de feitenrechter verwijten een onjuiste rechtsopvatting te huldigen nauwkeurig aangeven waarom dat in hun ogen zo is. Dat standpunt ware te onderbouwen, zo mogelijk met verwijzingen naar rechtspraak en literatuur. Alleen al om kwantitatieve redenen kan moeilijk worden ingegaan op klachten die blijven steken in het poneren van stellingen. Dergelijke klachten zullen m.i. hun Waterloo moeten vinden in art. 426a lid 2 Rv. Dat hierna (desondanks) op veel klachten ten gronde wordt ingegaan, vindt hierin haar verklaring dat ik - als gezegd - begrip kan opbrengen voor het feit dat de man meent dat het Hof zijn stellingen te kort heeft afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee99384a165c8a7085e11508edcc7af90b008b071b1fab15a90f563d9ce7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee99384a165c8a7085e11508edcc7af90b008b071b1fab15a90f563d9ce7682, en de alinea staat in dat document op bytes 31162 tot 31902.