Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2001

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2743.

2.1. Een faillietverklaring wordt uitgesproken indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, van diens vorderingsrecht (art. 6 lid 3 Fw). Uit deze eis wordt afgeleid dat er sprake moet zijn van meer dan één schuldeiser: het zgn. pluraliteitsvereiste. In het wettelijk stelsel beoogt het faillissement immers een verdeling door de curator van het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers. Dit brengt met zich mee dat voor een faillietverklaring geen plaats is ten aanzien van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft(2). Aan o.m. de conclusie van A-G Koopmans voor HR 24 juli 1995, NJ 1995, 733, ontleen ik dat het pluraliteitsvereiste steunt op de gedachte dat een individuele schuldeiser aan zijn trekken kan komen via normale executiemogelijkheden zoals beslag, maar dat die mogelijkheden tekort schieten zodra er bij een concursus creditorum verhaal wordt gezocht. In dat geval kan het optreden van één individuele schuldeiser bewerkstelligen dat de andere schuldeisers achter het net vissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/643a29ae5b4b529393012df54e43c0ae4ddf487d4a8490fe5ddbfe1790b739dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 643a29ae5b4b529393012df54e43c0ae4ddf487d4a8490fe5ddbfe1790b739dc, en de alinea staat in dat document op bytes 7464 tot 8675.