Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2772.
9. Bij de beoordeling van de middelen moet worden vooropgesteld dat Rechtbank en Hof terecht ervan zijn uitgegaan dat in dit geding inzake de pensioenverrekening tussen echtgenoten die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd, richtinggevend is het Boon/Van Loon-arrest nu partijen zijn gescheiden nadat Uw Raad dat arrest had gewezen, doch voordat de Wet verevening pensioenrechten in werking trad. In dat arrest overwoog Uw Raad dat pensioenrechten als de onderhavige (dat wil zeggen voorwaardelijke vorderingsrechten die als zodanig op het tijdstip van de ontbinding reeds bestaan) in het algemeen voor het gedeelte dat op het tijdstip van de ontbinding van de gemeenschap reeds was opgebouwd, bij de verdeling van de gemeenschap door middel van verrekening in aanmerking moeten worden genomen en dat de verknochtheid aan de persoon van de rechthebbende zich daartegen in het algemeen niet verzet omdat in de regel niet alleen verknochtheid bestaat met de persoon van de rechthebbende, doch tevens een niet te verwaarlozen band met de persoon van de andere echtgenoot. Die band met de andere echtgenoot bestaat, aldus Uw Raad, omdat een ouderdomspensioen, zo de rechthebbende is gehuwd, uit maatschappelijk oogpunt bestemd is te voorzien in de behoefte van beide echtgenoten en voorts omdat de opbouw van een zodanig pensioen in beginsel moet worden gezien als het resultaat van de gemeenschappelijke inspanning van beide echtgenoten voortvloeiend uit de zorg die zij krachtens art. 1:81 BW aan elkaar verschuldigd zijn in verband met de gehele of gedeeltelijke financiering daarvan uit de gemeenschap en de bij velen bestaande taakverdeling binnen het huwelijk. Uw Raad overwoog voorts dat aan de hand van de eisen van de redelijkheid en billijkheid moet worden vastgesteld op welke wijze en tot welke bedragen een verrekening moet plaatsvinden en dat afhankelijk van de beschikbare baten en van de waarde die voor verrekening in aanmerking komt, deze eisen vaak zullen meebrengen dat de verrekening slechts kan plaatsvinden door aan de pensioengerechtigde echtgenoot een voorwaardelijke uitkering op te leggen die aan het leven van beide echtgenoten gebonden is, opeisbaar is naarmate de pensioentermijnen opeisbaar worden en kan worden uitgedrukt in een percentage daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 16039 tot 18340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c | shasum -a 256