Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2772.
Dit middel ziet eraan voorbij dat in een geval als het onderhavige waarin partijen van echt zijn gescheiden voordat de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in werking trad en nadat Uw Raad het Boon/Van Loon-arrest wees, verrekening van pensioenrechten plaatsvindt niet zoals bij de Wet verevening pensioenrechten onverschillig voor welk huwelijksgoederenregime partijen hebben geopteerd, doch uitsluitend in het kader van de verdeling van een tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen en derhalve ook uitsluitend voorzover partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. De kwestie van de pensioenverrekening is daarmee in een geval als het onderhavige "gereduceerd" tot de vraag of het bewuste pensioen in de gemeenschap valt, dan wel wegens bijzondere verknochtheid met de persoon van de rechthebbende buiten de gemeenschap blijft en tot de vraag op welke wijze het pensioen, zo het in de gemeenschap valt, in de verdeling moet worden betrokken. Met zijn klacht dat het Hof in verband met de relatief korte duur van het huwelijk de vóór het huwelijk reeds opgebouwde pensioenen geheel of gedeeltelijk buiten de verdeling van de gemeenschap had moeten houden, neemt dit middel kennelijk - in lijn met het Boon/Van Loon-arrest - tot uitgangspunt dat het pensioen niet wegens bijzondere verknochtheid buiten de gemeenschap valt. Het strookt niet met het rechtskarakter van de gemeenschap van goederen om bij de verrekening uitsluitend dat deel van het pensioen in aanmerking te nemen dat staande het huwelijk is opgebouwd. De gemeenschap omvat immers alle tegenwoordige en toekomstige goederen der echtgenoten (voorzover niet sprake is van bijzondere verknochtheid of van een uitsluitingsclausule als bedoeld in art. 1:94 lid 1 BW), zodat de vóór het huwelijk opgebouwde pensioenrechten zonder meer in de gemeenschap vallen en voor verdeling in aanmerking komen tenzij van verrekening in het geheel geen sprake kan zijn, ook niet van het staande huwelijk opgebouwde pensioen, omdat een bijzondere verknochtheid van het pensioen aan de gerechtigde zich daartegen verzet. Derhalve is het Hof terecht ervan uitgegaan dat de korte duur van het huwelijk op zichzelf niet een reden is de voor het huwelijk reeds opgebouwde pensioenen geheel of gedeeltelijk buiten de verrekening te houden. Van een onjuiste rechtsopvatting is geen sprake; nadere motivering behoefde dit oordeel niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 25498 tot 27910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4e0f305ef4d344dd430f158c12f2187bdd1a4eec6862a79d5dc93c48baeb45c | shasum -a 256