Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

3) In de eerste aanleg oordeelde de President dat de verweren van Meijn ondeugdelijk waren en wees hij de vordering van Tetra Laval voor het grootste deel toe. In appel kwam het hof echter tot een ander oordeel: het besliste, in de rov. 5.3 en 6 van het thans in cassatie bestreden arrest, dat er een gerede kans bestaat dat het octrooi van Tetra Laval in de oppositie wordt herroepen, en dat daarom voor een inbreukverbod - voornaamste onderdeel van de vorderingen van Tetra Laval - geen plaats was. Daarbij was het hof dus op de hoogte van de beslissing die de oppositieafdeling van het EOB in de eerste aanleg in de oppositie had gegeven, en van het feit dat er hoger beroep tegen die beslissing was ingesteld; maar niet van de afloop van de oppositieprocedure in hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 6302 tot 7095.