Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.
In elk geval heeft het hof kennelijk - dat blijkt uit de rov. 5.1 - 5.3 van het arrest - voor de beoordeling van de inventiviteit van aanzienlijk belang geacht, dat de probleemstelling en probleemoplossing zoals die in het octrooi in de oorspronkelijke versie (overigens: ook in de gewijzigde versie) waren beschreven, met het oog op de door het hof besproken (nieuwe) octrooipublicaties niet aan de maatstaf voor die inventiviteit voldeden - en dit niet alleen naar het oordeel van het hof, maar ook naar het oordeel van de oppositieafdeling. Ook die heeft namelijk, en aan de hand van overwegingen die goeddeels met die van het hof samenvallen, geoordeeld dat het octrooi zoals het oorspronkelijk was verleend niet aan het vereiste van inventiviteit voldeed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 8667 tot 9441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa | shasum -a 256