Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.
8) Hoewel ik deze lezing van het arrest de meest aannemelijke acht, zal ik hierna uitgaan van de andere lezing, die de partijen in cassatie - met de zojuist in voetnoot 3 geplaatste kanttekening - gevolgd hebben. Dat is dus de lezing, dat het hof bij zijn bestreden oordeel de versie van het octrooi zoals dat in gewijzigde vorm door de oppositieafdeling van het EOB was gehandhaafd tot uitgangspunt heeft genomen, en over die versie tot een (voorlopige) beoordeling van de inventiviteit is gekomen, die ten principale afwijkt van het oordeel van de oppositieafdeling. Uit wat ik daarover zal zeggen volgt, dat ik het cassatiemiddel bij de eerder besproken lezing van het arrest, a fortiori niet gegrond acht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 10200 tot 10923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa | shasum -a 256