Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

De Hoge Raad verwierp deze klacht in rov. 3.4 van het hier besproken arrest, met een overweging die ik aldus samenvat, dat het hof geen onjuiste maatstaf had toegepast door zich ernaar te richten of er een gerede kans bestond dat de in die zaak aanhangige oppositie in de tweede instantie - en dus anders dan in de eerste instantie - wel gegrond zou worden bevonden. In het algemeen geldt (zeg ik, mede op het voetspoor van dit arrest; maar zie ook al. 13 hierna) dat de kort geding-rechter zich oriënteert op de waarschijnlijke uitkomst van de bodemprocedure. Door de gerede kans op de afloop van de oppositieprocedure tot richtsnoer te nemen had het hof dit algemene uitgangspunt niet miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 12726 tot 13435.