Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.
11) De beslissing in rov. 6 van het thans in cassatie bestreden arrest is duidelijk op de hier door de Hoge Raad uitgezette lijn geïnspireerd - en daarmee heeft het hof, denk ik, precies datgene gedaan wat inderdaad door de uitspraak van de Hoge Raad wordt aangegeven: beoordelen van de kansen waarmee voor de bodemprocedure rekening is te houden, aan de hand van een (voorlopige) inschatting van de geredelijk te verwachten afloop van de oppositieprocedure. Dat een oppositieprocedure op de voet van de artt. 99 e.v. EOV in dit verband als een bodemprocedure in aanmerking mag worden genomen, heeft de HR in rov. 3.4 van het arrest van 21 april 1995 met zovele woorden vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13492 tot 14188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa | shasum -a 256