Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

12) In het arrest HR 19 mei 2000, RvdW 2000, 134 (zie vooral rov. 3.2)(6) is geoordeeld over de vraag - in mijn samenvatting - welke ruimte de rechter in kort geding heeft om, als al een oordeel in een procedure ten gronde is gegeven over een voor zijn beslissing relevante vraag, bij zijn beslissing aan dat oordeel voorbij te gaan. In dit arrest heeft de Hoge Raad aangegeven dat de kort geding-rechter gehouden is zich naar de uitkomst van het geding ten gronde te richten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarop een uitzondering te maken -zoals dat de beslissing ten gronde van een duidelijk onjuiste opvatting blijk geeft, of daarbij relevante feiten buiten beschouwing zijn gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 16029 tot 16739.