Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

- Binnen de Nederlandse rechtsorde komt aan een beslissing van de rechter ten gronde, zolang die niet door de beslissing van een "hogere" rechterlijke autoriteit terzijde is gezet, het gezag toe van een bindende rechterlijke uitspraak, die (ook) door de kort geding-rechter gerespecteerd moet worden. Deze status van een rechterlijke uitspraak rechtvaardigt, dat aan het gezag daarvan niet dan op zwaarwegende gronden voorbij mag worden gegaan. Aan een beslissing van de oppositieafdeling van het EOB komt - ook met het oog op de regel van art. 106 EOV - zolang daartegen nog beroep mogelijk is danwel aanhangig is, niet die zelfde bijzondere plaats in het rechtsbestel toe. In dit verband is het vermelden waard, dat nationale rechterlijke autoriteiten (bijvoorbeeld in het kader van vorderingen tot vernietiging van Europese octrooien) er met enige regelmaat blijk van geven dat een strengere norm voor de beoordeling van inventiviteit wordt aangelegd dan de bij het EOB gangbare norm(7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 17043 tot 18047.