Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.
14) De art. 83 leden 3 en 4 ROW 1995 en 56 leden 3 en 4 ROW 1910 geven de rechter een ongeclausuleerde bevoegdheid om procedures te schorsen, wanneer een oppositie op de voet van de art. 99 e.v. EOV of een vordering tot vernietiging van een octrooi naar "nationaal" recht, van invloed kan zijn op de beoordeling van het betreffende geschil. Die bevoegdheid heeft de ROW - zij het met technische aanpassingen in verband met de wijzigingen die het materiele octrooirecht in de loop van de tijd heeft ondergaan - van de aanvang af gekend. En van die aanvang af is daarbij aangenomen dat hier een discretionaire bevoegdheid aan de rechter is gegeven(8) - zie o.a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 22362 tot 23034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa | shasum -a 256