Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

19) In het algemeen geldt dat aan de motivering van beslissingen in kort geding een wat minder hoge eis wordt gesteld, dan geldt voor beslissingen ten gronde(10). Ik meen dat dat voor beslissingen in octrooizaken niet anders is. In het arrest van 4 juni 1993, NJ 1993, 659 m.nt. DWFV, heeft de Hoge Raad de rechters die octrooizaken moeten behandelen(11) er wel aan herinnerd, dat ook voor beslissingen in kort geding geldt dat de partijen en, in voorkomend geval, de hogere rechter uit de motivering van de beslissing moeten kunnen opmaken of die beslissing op een juiste rechtstoepassing berust. In dat arrest heeft de Hoge Raad ook gewezen op het aanzienlijke belang dat octrooihouders in de regel hebben bij een voortvarende beoordeling van inbreukvorderingen (waarbij allicht in de eerste plaats aan verbodsvorderingen moet worden gedacht). Ik leid uit dit arrest echter niet af dat voor octrooizaken in kort geding in dit opzicht een "verzwaarde" motiveringsplicht geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 27087 tot 28078.