Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774.

20) Aan Tetra Laval kan worden toegegeven dat het bepaald voor de hand ligt dat de kort geding-rechter een beslissing van de oppositieafdeling van het EOB zwaar laat wegen, en dat hij dus niet dan op zwaarwegende gronden van zo'n beslissing afwijkt. Toch moet er ruimte zijn om, in gevallen waarin de rechter gegronde reden meent te hebben om aan de juistheid van de beslissing van de oppositieafdeling te twijfelen, die beslissing inderdaad bij de beoordeling van een vordering in kort geding niet te volgen. Zoals hiervóór bleek meen ik, dat daarbij geen andere maatstaf moet worden aangelegd dan in het algemeen voor de beoordeling van vorderingen in kort geding geldt - dus de maatstaf die in de alinea's 9 t/m 12 hiervóór is besproken. De rechter moet zich mede, of zelfs vooral, oriënteren op zijn verwachtingen omtrent de uiteindelijke beoordeling (ten gronde) van de zaak. Zijn beslissing moet berusten op een begrijpelijke motivering, maar ook niet méér dan dat. De rechter moet dus aangeven op welke gronden hij tot het gegeven oordeel is gekomen, en die gronden moeten dat oordeel ook kunnen dragen. Die gronden hoeven natuurlijk niet onweerlegbaar te zijn - het is voldoende dat de beslissing duidelijk maakt dat de rechter een plausibele weg heeft gevolgd om tot zijn beslissing te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aece80a9d04266f59fffed968d8f3165079219058154440ac7369d084bb96aa, en de alinea staat in dat document op bytes 28737 tot 30059.