Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.
15. Blijkens de uitspraak van de Rechtbank van 4 febuari 1997 heeft de verdediging ook na kennisneming van het alsnog opgemaakte proces-verbaal volhard in haar standpunt dat het openbaar ministerie in de vordering niet-onvankelijk verklaard diende te worden, en betoogd dat het alsnog opgemaakte proces-verbaal van de terechtzitting van 25 april 1995 niet als kenbron kon fungeren van hetgeen op die terechtzitting was voorgevallen, aangezien een proces-verbaal van een terechtzitting die status krijgt doordat het wordt vastgesteld en ondertekend op de wijze en binnen de termijn die in de wet is bepaald; het alsnog opgemaakte proces-verbaal niet is gedateerd, en - omdat de aantekeningen van de griffier niet meer ter beschikking waren - uitsluitend op basis van de aantekeningen van de voorzitter is opgemaakt. Een en ander bracht naar het inzicht van de verdediging mee dat noch aan de wettelijke vereisten, noch aan de eisen van de praktijk was voldaan.om te kunnen spreken van een rechtsgeldig proces-verbaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 12216 tot 13246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f | shasum -a 256