Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.

22. In de toelichting op het middel onder 14 wordt de verwerping van het verweer onbegrijpelijk en onvoldoende met redenen omkleed geacht. Er wordt op gewezen dat de door het Hof genoemde fout - waarmee gedoeld moet zijn op de onjuiste vermelding dat de officier van justitie heeft gezegd dat een SFO zou worden gestart, welk onderzoek in werkelijkheid reeds gaande was - niet de grond was waarop de raadsman had betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard diende te worden, maar in het verweer (slechts) is aangehaald om de feilbaarheid van het geheugen van de voorzitter en de griffier aan te tonen. De klacht is derhalve dat het Hof bij het verwerpen van het verweer slechts is ingegaan op een door de verdediging ter illustratie van haar betoog aangehaalde omstandigheid, en aan de eigenlijke bezwaren van de verdediging is voorbij gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 17681 tot 18557.