Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.
28. Vooropgesteld dient te worden dat uit de parlementaire geschiedenis van het in 1993 ingevoerde wettelijk instrumentarium ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijkt dat de wetgever er groot belang aan heeft toegekend dat een verdachte voorafgaand aan diens veroordeling (in eerste aanleg) in de strafzaak er van op de hoogte geraakt dat het openbaar ministerie voornemens is een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen hem in te stellen. Ofschoon de minister van Justitie de van de strafzaak afgescheiden procedure ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet strijdig achtte met art. 68 Sr, dat bescherming biedt tegen een tweede vervolging ter zake van hetzelfde handelen, meende hij desalniettemin
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 21209 tot 21984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f | shasum -a 256