Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.
30. Dit zijn zwaarwegende belangen. Daarom moet aangenomen worden, al noemt de wet die consequentie niet, dat het openbaar ministerie in een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet ontvankelijk is indien niet blijkt dat het tijdens de behandeling van de onderliggende strafzaak in eerste aanleg, uiterlijk bij requisitoir, heeft duidelijk gemaakt dat het voornemens is die vordering te doen, vgl. G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, derde druk, p. 784, en Melai, Wetboek van Strafvordering, art. 311, aant. 13 (suppl. 85).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 23844 tot 24421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f | shasum -a 256