Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.

41. Die opvatting is niet te verenigen met art. 327 Sv, waarin is bepaald dat het proces-verbaal door de voorzitter of één der andere rechters uit de kamer en de griffier gezamenlijk moet worden vastgesteld, en nog minder met het tweede en derde lid van art. 326 Sv, waarin bevoegdheden van de voorzitter ten aanzien van de inhoud van het proces-verbaal zijn geregeld. De zinsnede in het eerste lid van art. 326 Sv "de griffier houdt het proces-verbaal der terechtzitting" laat zich in verband met hetgeen in de art. 326 en 327 Sv overigens is bepaald slechts aldus verstaan dat de griffier is aangewezen als degene die het proces-verbaal dient op te stellen, maar dat die wettelijke opdracht onverlet laat dat de voorzitter belangrijke bevoegdheden toekomen ten aanzien van de inhoud van het proces-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 32641 tot 33464.