Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2961.

42. Naar mij voorkomt is ook in de omstandigheid dat het proces-verbaal geen melding maakt van al hetgeen ter terechtzitting moet zijn voorgevallen, zoals het voorhouden van de korte inhoud van de in het vooronderzoek tot stand gekomen stukken, het ondervragen van de verdachte, het requireren en pleiten, en de aan de verdachte geboden gelegenheid als laatste het woord te voeren, geen aanleiding te vinden het als nietig, of van onwaarde te beschouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dc6341f2c66c635fb89a28c6eb91ca0959eb917c98676f218c45e85e756a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 33480 tot 33947.