Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

"In de omschrijving van de goodwill in de wetsgeschiedenis van 1964 ligt de nadruk op de overwinst die in de onderneming behaald wordt boven hetgeen een normaal rendement van het vermogen en een normale beloning voor de arbeid van de ondernemer is. Hij is derhalve een restpost die overblijft nadat eerst onder meer het vermogen van de onderneming in zijn bestanddelen bepaald is. Voor zover nu vergunningen overdraagbaar zijn onder omstandigheden die het mogelijk maken daarvoor een tegenwaarde te verwerven, worden zij zowel naar vermogensbelastingrecht als naar privaatrecht als vermogensbestanddelen aangemerkt. Zulke vergunningen gaan dus als het ware aan de goodwill vooraf: zijn zij er niet, dan is de onderneming - in haar bestaande vorm - een onmogelijkheid en is ook de goodwill

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 12643 tot 13444.